1. Van 1967 tot 1989 heb ik filosofie gedoceerd aan de Parttime  Opleiding kultureel werk in Amsterdam, d.w.z. wijsgerige antropologie en beroepsethiek. Het waren de roerige jaren van de Sociale Academies, waarin het marxisme,  het feminisme en de democratisering van het onderwijs een belangrijke rol speelden. Als docent ontkwam ik er niet aan om een eigen maatschappijvisie te ontwikkelen.  Als filosoof kon ik niets met het orthodoxe marxisme dat op sommige sociale academies heerste. Voor mij bleef het individu en de cultuur een belangrijke rol spelen.
Lees over filosofie op een Sociale Academie:
De sociale academie en het vak filosofie
Visie op de maatschappij

2. Van 1971 tot 1989 was ik lid van de Vereniging voor filosofieonderwijs. Deze vereniging, in 1971 opgericht, had als doelstelling de bevordering van het filosofieonderwijs op de Middelbare Scholen en in het HBO. Ze bestond uit een vaste groep van filosofiedocenten, die met elkaar discussieerden over de inhoud van hun vak, over de didactiek hiervan en over nieuwe ontwikkelingen binnen de filosofie.
Lees over de discussie over de rol van de filosofie in het HBO
Vereniging voor Filosofieonderwijs
Blote voeten-filosofie op de sociale academie

3.Dit lidmaatschap is heel verrijkend geweest voor mijn inzichten in de vraag: wat is filosofie en wie is filosoof?
Lees:
Filosofie voor iedereen